Een groot deel van mijn loopbaan ben ik werkzaam geweest in het maatschappelijk middenveld. Ik was onder meer twintig jaar jurist bij de koepel van de ziekenfondsen, later omgedoopt tot zorgverzekeraars. De koepels in de zorg onderhandelden in de jaren 80 en 90 permanent over contracten en tarieven en wat, vaak na moeizame strijd, als ‘model’ uit de onderhandelingen was gekomen, was maatgevend voor de verhoudingen tussen de zorgaanbieders en verzekeraars in het land. Ik volgde ook alle wetgeving op het terrein van de gezondheidszorg en stak vanuit de sector ook wel eens iets in bij Kamerleden. Lobbyen zou je dat nu noemen.
Aan het begin van de jaren 90 had ik het ‘plan Simons’ zien mislukken, het plan om voor heel Nederland te komen tot één volksverzekering voor de curatieve zorg. Dat ging mij aan het hart, omdat ik als zoon van een huisarts van kindsbeen af had beleefd dat de wereld in de zorg uit ‘ziekenfondspatiënten’ en ‘particuliere patiënten’ bestond. Ik vond dat onderscheid geheel achterhaald. In 1995 schreef ik in een artikel dat de déconfiture van het plan Simons (mede) had aangetoond dat veel mensen niet ín het ziekenfonds willen, maar liever eruit en erbuiten blijven. Ik bepleitte alle ingezetenen bij wet te verplichten zich particulier te verzekeren. Voor iedereen dus particuliere zorg. Dat zou, uit oogpunt van solidariteit, wel overheidsbemoeienis met de inhoud van het pakket en de regulering van de premies vergen.
Minister Els Borst, een minister die een indrukwekkend wetgevingsoeuvre tot stand heeft gebracht, had het ‘stelsel’ tijdens haar bewind even opzijgezet, maar wilde voor haar aftreden nog wel een testament nalaten met een nieuw plan voor de zorgverzekering. Het was in die tijd (1999) dat ik door een headhunter benaderd werd met de vraag of ik geïnteresseerd zou zijn in de functie van directeur Wetgeving en Juridische Zaken (WJZ) bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Mijn inhoudelijke achtergrond werd nuttig geacht met het oog op de vermoedelijke wetgevingsagenda in de volgende jaren. Dat bracht mij in aanraking met de hoogste functionaris op het ministerie, secretaris-generaal Roel Bekker, aan wie ik zou moeten rapporteren. Hij zei dat het met mijn kennis van wet, recht en beleid wel goed zat, maar vond het nuttig dat mijn ‘managerial’ vaardigheden nog even getest werden. Toen dat tot een positief rapport leidde, besloot ik me maar te gaan gedragen alsof wat daarin stond, waar was.
En zo werd ik op gevorderde leeftijd zij-instromer in de Rijksdienst, in een functie die normaal toch weggelegd was voor carrière-wetgevingsjuristen. In zo’n situatie is het heel prettig in je ‘baas’ een ankerpunt te hebben bij wie je met vragen en twijfels terecht kunt. Ik hoorde al gauw dat het in de ambtelijke top tot de komst van Roel Bekker een behoorlijk rommeltje was geweest, en dat hij rust en ontspanning had gebracht na enige nodige ingrepen in de organisatie en de leiding van ministerie en directies. Mijn eigen directie (WJZ) was door en door professioneel, en het was snel duidelijk dat mijn plaatsvervanger (al 25 jaar wetgevingsjurist) en ik elkaar in competenties heel goed aanvulden.
Het viel mij op dat de mensen van het ‘beleid’ juridische inbreng niet altijd op prijs stelden, zeker niet als je zei dat een wetgevingsvoornemen misschien niet nodig was, omdat er mogelijk al bruikbare wetgeving voorhanden was, of als je een groot beleidsvraagstuk waarover breed en diep gediscussieerd werd, terugbracht tot een redelijk eenvoudig juridisch probleem waarover je de juristen maar beter even een notitie kon laten schrijven. Toen ik die soms gevoelde weerstand met Roel deelde, zei hij: “Luister, jij bent hier de chief legal officer. Als jij vanuit die functie wat dan ook meent te moeten inbrengen, dan moet je niet aarzelen dat te doen. Als iemand dat niet leuk vindt, dan moet je dat langs je laten glijden met de emotie van een vis in koud water.”
Ik vond het zeer leerzaam te observeren hoe Roel Bekker leiding gaf aan een ministerie met dertig directies en dan ook nog bemoeienis had met agentschappen, inspecties, colleges enzovoorts die rond zo’n ministerie hangen. Je inhoudelijk met alles in details bemoeien is als secretaris-generaal onmogelijk, maar je moet wel goed volgen wat er gaande is en tussenkomen, als er niet de juiste inzet van mensen en middelen is.
Het grootste project in de jaren 00 van deze eeuw werd op het ministerie van VWS (en eigenlijk Rijksbreed) de totstandkoming van de Zorgverzekeringswet. Toen in mei 2003 minister Hoogervorst aantrad, konden wij ambtelijk aanbieden dat we die wet konden maken, als hij de politieke moed en wil had dit aan te pakken (er waren genoeg mensen die hem ontrieden aan zoiets riskants te beginnen). Hij ging ervoor. Na consultaties in Brussel koos hij voor de private variant van de zorgverzekering. In september 2004 diende hij het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in. Die Kamer ging in december 2004 akkoord en in juli 2005 stemde de Eerste Kamer na een grondige behandeling er ook mee in. Een golf van fusies van tot hun eind komende ziekenfondsen en particuliere ziektekostenverzekeraars tot nieuwe zorgverzekeraars volgde. Nu precies twintig jaar geleden (december 2005) zat ieder Nederlands huishouden gebogen over de vraag: bij welke zorgverzekeraar wil ik mij inschrijven, welke (aanvullende) pakketkeuzes maak ik en welk eigen risico wil ik. In april 2006 had Nederland de hoogste zorgverzekeringsdichtheid ooit bereikt. Roel volgde het en zag dat het goed was (denk ik).
Toen ik hem in mei 2006 kwam vertellen dat ik benaderd was voor de functie van griffier van de Eerste Kamer, vroeg hij of ik niet te jong was voor een prépensioen. Maar hij ontraadde het me niet. Bij mijn afscheid van VWS kreeg ik van hem een stapel dikke boeken met de biografieën van Oldenbarneveldt, Hugo de Groot, Johan de Witt en Thorbecke, bagage die ik in de nieuwe functie toch moest hebben. En waarvan ik genoten heb.
Na enige tijd kwam hij langs om te vragen hoe het ging. Ik zei dat het met een handjevol universitair geschoolden onder 75 (en in de Tweede Kamer 150) politieke principalen meehelpen aan het parlementair verwerken van zo’n 300 wetten per jaar waaraan duizenden ambtenaren op 15 ministeries hadden gewerkt, een meer dan volle dagtaak was. Hij zei toen: “Ik dacht wel dat je dat zou zeggen.”
Vorig jaar publiceerde Roel Bekker een boek met de titel “De hoogste ambtenaar”. Ik dacht dat de enige ambtenaren op Staatsniveau die de Grondwet noemt, de Griffiers van de Staten-Generaal, daarin wel zouden voorkomen. Maar dat is niet zo, het boek gaat over de hoogste ambtenaren op Rijksniveau. Ambtelijk actief voor de medewetgevende en controlerende macht naast de regering, heb ik me bij problemen toch wel eens afgevraagd: “Hoe zou Roel Bekker dit aanpakken”. Die vraag stellen was soms al rustgevend. Want: ontspannen zijn, dan lukt alles.
Geert Jan Hamilton was directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Griffier van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.
***
We werken voor bestuurders en andere leidinggevenden, geven raad en voeren opdrachten uit. Zo komen we principalen tegen met wie we optrekken, van alles beleven en van wie we dikwijls spelenderwijs ook veel opsteken. Leermeesters, of ze nu een begrip en nog onder ons zijn of niet, geven diepe inzichten aan ons mee dan wel van anderen aan ons door. Soms ongemerkt putten we zo wijsheid uit het werkzame leven die weer boven komt drijven in een min of meer vergelijkbaar geval, die we aanhalen in het gesprek. In deze rubriek laten we telkens iemand anders aan het woord over een betekenisvolle leermeester in zijn of haar werk, niet zelden in de context van een uitspraak of anekdote. Eerder kwamen in deze rubriek zo gevleugelde woorden of een handreiking ter sprake van en voorvallen met Arthur Docters van Leeuwen (door Gert Jan Verhoog), Anton Dreesmann (door Eric Janssen), mr Cremers (door Jan Suyver), Greetje Segall (door Hans Maarten Parigger), Evert Bloembergen (door Joan Smithuis), Marten Oosting (door Henriette van Wermeskerken), Frank Lucassen (door Barthold van Hasselt), Harry Baayen (door Joop Pot), Wim Deetman (door Bruno Bruins), Ad Melkert (door David Jongen), Willem Breedveld (door Louis Cornelisse), mr. Stibbe (door Germ Kemper), Marja van Bijsterveldt (door Eric Stokkink), Paul Röttger (door Shirley Gast), Tjibbe Joustra (door Chris van der Schors), Andy Keeling (door Patrick Cammaert), Chiel Galjaard (door Guido Rijnja), Jan Kuijk (door Rimmer Mulder).
Klik hieronder voor eerdere artikelen uit onze rubriek ‘Leermeesters’:
- De afgeleide vraag waar het inmiddels om gaat
- Een blinde heiden maar verder wel in orde
- Eerste antwoord altijd fout
- Je blijft altijd verantwoordelijk
- Het belang van vertrouwen en maatschappelijke relevantie
- Adem in, adem uit en als je niks voelt, is het ook goed
- Mens blijven
- Het is anders!
- Grondverven en aflakken
- Als broekie
- Voor de voet wegwerken
- Roep de hond als hij naar je toekomt
- Nicht ärgern, nur wundern
- Vliegende galop
- Foutenmarge
- Wat kan er aan azijn zuur worden?
- Lees eerst de wet goed
- Drie vingers wijzen naar jezelf
- Niet uw dienstknecht
Nieuwsarchief
Paul Rosenmöller: Wie was ooit de nar van het Binnenhof?
Wordt er een taboe doorbroken als je een ode brengt aan een voormalig collega als deze ook nog eens aan de andere kant van ...
Patrick Cammaert: Je blijft altijd verantwoordelijk
Bovenal in het militaire beroep zijn goed leiderschap en teamwork cruciaal. Leven en dood kunnen daarvan afhangen. Als een team verliest in de sport, ...
De NAVO als existentiële bedreiging
Op 24 en 25 juni vindt in Den Haag de veelbesproken NAVO-top plaats, die niet in de laatste plaats zal gaan over Oekraïne. De ...
S&V Raadgever Peter Mous: tien ICT-inzichten voor bestuurders
Achterin de middag gaat de telefoon: een bestuurder belt me die worstelt met ICT. Dat op zichtzelf hoeft geen verbazing te wekken. Al sinds ...
Kees van der Staaij: Een scheutje hofnar graag
De hofnar kon in oude tijden dingen doen die anderen niet zomaar konden: op een speelse manier kritiek leveren op de machthebber. Gert Jan ...
Taakstraf binnen muren van gevangenis als geloofwaardig alternatief
Bied de taakstraf voor iets minder lichte misdrijven aan binnen de muren van de gevangenis. De noodzakelijke geloofwaardigheid van deze straf kan zo voor ...
Justitie, en een kleine geschiedenis van het tekort
Komende week stemt de Tweede Kamer opnieuw over een motie die zich verzet tegen vervroegde vrijlating van gedetineerden wegens capaciteitsproblemen binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen ...
Leermeester in onderzoek: het belang van vertrouwen en maatschappelijke relevantie
Van vliegtuigrampen tot treinongevallen, van industriële calamiteiten tot crises in de zorg – onderzoek naar dit soort voorvallen is belangrijk, maar geen exacte wetenschap. ...
De innerlijke nar in het collectief losmaken
Waar is de nar voor het Binnenhof? stelde Gert Jan Verhoog zich afgelopen nazomer de vraag. Eén nar, die dapper en dwarsdenkend de strijd aanbindt ...









