Vijftig jaar geleden werd ik als net begonnen advocaat op pad gestuurd naar de rechtbank in Den Bosch. Ik moest daar een pleidooi houden in een zaak tussen een importeur van ik weet waarachtig niet meer welke goederen en een afnemer, een grote winkelier. De één claimde geld van de ander, zo gaan die dingen. De advocaat aan de andere kant was even onervaren als ik. Eén van de rechters vond het leuk er een soort ontgroening van te maken en vroeg daarom aan mijn opponent om even stil te staan bij de betekenis van art. 85 van het toenmalige E.E.G.-verdrag voor de positie van de winkelier. Mijn tegenpleiter werd eerst bleek, vervolgens rood, en sloeg ten slotte hakkelend wat onzin uit. Terug op kantoor in Amsterdam deed ik er gnuivend verslag van, waarna een kantoorgenoot zei: ‘Als het aan jou was gevraagd, wat had je dan gezegd ?’.
Een dag of twee nadat ik deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten was geworden meldden zich twee advocaten. Ze hadden vijf jaar als compagnons samengewerkt en nu slaande ruzie gekregen. Ze zagen geen kans met zijn tweeën afspraken te maken over het hoe en het wat van de onvermijdelijke afwikkeling van hun kantoor en vroegen mij om als bemiddelaar en gespreksleider op te treden. Na een uur of twee hadden we, dacht ik, alles afgewerkt. Wie zou in het kantoor blijven en wie verhuizen, met wie zou de secretaresse meegaan, hoe moest je onbetaald gebleven facturen verrekenen, het was allemaal langsgekomen en tot een oplossing gebracht. Ik wou aan het gesprek een einde breiën maar er bleek nog één probleem te zijn. Wie van de twee zou naar binnenkomende mails op het gezamenlijke mailadres mogen kijken, want daar zouden wel eens vragen van potentiële nieuwe klanten bij kunnen zitten ? Ik ben toen opgestaan en heb gezegd dat dat voor hen een mooi onderwerp van gesprek zou zijn, op de fiets terug naar kantoor. Woedend vertrokken ze, ik kon nog net een hand krijgen. Tegen mijn stafmedewerker zei ik schuldbewust dat ik het zaakje in de soep had laten lopen. Die zei: ‘Nee hoor, ze komen er wel uit. Ze hebben nu een gemeenschappelijke vijand’.
De kracht van deze twee belevenissen zit hem daarin, dat een buitenstaander een invalshoek aandroeg waar ik zelf niet aan had gedacht, en dat daarin niet een waardeoordeel besloten lag. Het eerste is nuttig , het tweede zelfs wezenlijk. Uit eigen ervaring weet ik dat mijn analyse van een probleem er niet beter op wordt als ik tegelijkertijd de behoefte voel me te verdedigen. En een derde meer algemene ervaring die ik graag deel, is dat uit het voorleggen van een probleem aan een ander de oplossing vaak min of meer vanzelf voortvloeit. Een juridisch vraagstuk maar ook twijfel hoe ik het beste de wederpartij of mijn eigen cliënt kan benaderen met een onaangename boodschap, het is plezierig dat aan iemand anders voor te leggen. Ik word gedwongen mijn gedachten te ordenen om aan een ander te kunnen uitleggen waar ik mee worstel en in wezen is dat een analytisch karwei. Vaak vallen dan de stukken opeens op hun plaats en rolt er een oplossing uit zonder dat degene aan wie ik het voorleg die hoeft aan te dragen. Als die ook nog een tip heeft is dat natuurlijk mooi meegenomen, maar die moet niet te vroeg komen omdat dan het denkproces meer gestuurd wordt dan begeleid. Een zelf verworven inzicht blijft vast beter hangen dan een meegekregen boodschap.
Germ Kemper is associé van Saam & Verhoog en is lid van de kring van S&V Raadgevers.
Nieuwsarchief
Wie is eigenlijk de nar van het Binnenhof?
De nar werd in het verleden getolereerd om openlijk kritiek te leveren op de machthebbers zonder dat hij daarvoor werd gestraft. Misschien kunnen wij ...
Leermeesters: Mens blijven
Goede leermeesters geven hun vakmanschap graag door en halen met aandacht, geduld en coaching het beste uit hun leerling. Dit kan impliceren dat iemand ervoor ...
Waar is de nar voor het Binnenhof?
‘De man is jarenlang als een soort heilige op het schild gehesen door bondgenoten. […] Er zijn een aantal bevriende journalisten die elke keer ...
Staat Schoof (op) voor hét algemeen belang?
Na het Hoofdlijnenakkoord van mei dit jaar was het aan het Kabinet Schoof daarvan een regeerprogramma te maken. Een nieuwe werkwijze die waarschijnlijk niet snel ...
Tim van Spanning-tocht behaalt doelbedrag
Ongeveer dertig deelnemers maakten op 7 september hun borst nat voor de tweede Tim van Spanning-tocht. Ze deden dat in de Wereld Suïcide Preventie Week ...
Leermeesters: ‘Het is anders!’
In 1975 begon ik als stagiaire in de advocatuur bij het Amsterdamse kantoor Stibbe, Blaisse & De Jong. Mr. Stibbe, toen achter in de zestig, ...
Martijn Schroevers aan boord van S&V
Met plezier verwelkomen wij Martijn Schroevers op het tableau van ons kantoor. Niet alleen weet hij in tekst en video complexe informatie te vertalen in ...
Neerlands hoop in bange dagen
Het opwindende verhaal van de Friese zeeheld kapitein Adriaan de Roock kwam pas onlangs weer aan het daglicht. Zijn zeereis van 1781, ten tijde van ...
Regering: red de redelijke termijn!
“Vijftig jaar EVRM en nog steeds te laat”. Zo luidt de titel van een bijdrage die ik in 2000 schreef voor het boek “50 jaar ...










