“Het is voorbij!” Toeterende auto’s, rinkelende fietsbellen en spontane uitbarstingen van vreugde op willekeurige straathoeken verwelkomen me terug in Boedapest. Het is al ruimschoots na middernacht als ik langs het imposante Heldenplein de hoofdstad binnen rijd. Posters van Fidesz-kandidaten zijn van lantaarnpalen getrokken en bij het afval gedumpt. Péter Magyar heeft zijn overwinningsspeech bij het Hongaarse parlement al gehouden, Orbán heeft zijn “pijnlijke” nederlaag erkend.
Dat Hongarije op 12 april een nieuw parlement mocht kiezen, bleek niet aan dovemansoren gericht. Nog nooit gingen zoveel Hongaren naar de stembus: maar liefst tachtig procent.
Van het ochtendgloren tot middernacht trok ik als verkiezingswaarnemer langs stemlokalen in de dorpen van de districten Dunakeszi en Vác, gelegen langs de Donau, ten noorden van Boedapest. De bevolking bestaat er ruwweg uit een oudere generatie locals en jonge gezinnen uit de hoofdstad die hier meer huis voor hun geld kunnen krijgen.
In en rond de stemlokalen – de meeste opgetuigd in basisscholen en opgefleurd door tekeningen van de lokale jeugd – is het zondagochtend al vroeg erg druk. In de rijen is de stemming uitgelaten. In Göd stroomt halverwege de ochtend de kerk leeg en het stemlokaal in de bibliotheek vol. De vrijwilligers in de stembureaus ogen opgewekt en energiek. Bij het zien van mijn accreditatie reageren ze vriendelijk, net als de kiezers. “Goed dat jullie hier zijn!”

Een jong gezin verlaat het stembureau in het dorpje Vácrátót, in Noord-Hongarije.
Het enthousiasme is niet partijspecifiek. Aanhangers van oppositiepartij Tisza hebben alle reden om te geloven dat ze het Fidesz van premier Viktor Orbán na zestien jaar eindelijk van het pluche kunnen wippen. Tisza, geleid door de voormalig Fidesz-insider Péter Magyar, gaat al maanden met een ruime marge aan kop in de meeste peilingen.
Maar ook veel Orbán-aanhangers zijn optimistisch. Zij hebben hun eigen informatiebubbel en peilingen, waarin juist Fidesz leidt, en ook zij lijken een oprecht geloof te hebben in een goede afloop. Op verkiezingsdag ontvangen veel mensen nog een campagnetelefoontje: “Hallo, dit is Viktor Orbán…” Anders dan in veel landen worden in Hongarije de campagnes niet aan banden gelegd tijdens de stembusgang.
Van een gespannen sfeer is weinig te merken. Vrijwilligers van Fidesz en Tisza zitten in de stemlokalen gemoedelijk naast elkaar en zorgen voor een ordentelijke stembusgang. In stemlokaal nummer 24 in Vác, waar twee grote Hongaarse vlaggen dienst doen als gordijn voor de stemhokjes, komt halverwege de dag een schaal rákóczi túrós tevoorschijn, een Hongaars gebakje met kwark en abrikozenjam.
In de ouderwetse kantine van sportclub Dunakeszi, waar ondanks het gesloten keukenluik een permanente baklucht hangt, wordt ‘s avonds bij het tellen van de stemmen snel duidelijk dat dit Tisza-land is: de stapel met stemmen voor Péter Magyars partij in het midden van de tafel torent hoog boven de rest uit.
In het gemeentehuis van Dunakeszi, waar tegen middernacht de koffers met stembiljetten uit de hele regio binnenkomen, feliciteren Fidesz-aanhangers met een knipoog hun Tisza-collega’s. Ze weten hoe laat het is; via de site van het Nationale Kiesbureau tekent zich uit de binnen druppelende uitslagen een steeds grotere overwinning voor Tisza af.
Als ik na twaalven het eclectische gemeentehuis verlaat slaapt Dunakeszi al, maar op de verlaten snelweg naar Boedapest krijg ik beelden binnen van juichende menigtes in de hoofdstad. Magyars campagneboodschap ‘De Tisza zal overstromen’ (zijn partij is vernoemd naar de rivier die door Hongarije loopt) is verwezenlijkt. Na zestien jaar is Fidesz verslagen.

Toen de eerste contouren van de uitslag zichtbaar werden belandden de Fidesz-posters in de straten van Boedapest al bij het afval.
De politieke aardverschuiving hing al maanden in de lucht, maar waar de Fidesz-aanhangers zonder omhaal hun nederlaag slikken durven de meeste Tisza-stemmers die ik spreek nog niet te geloven dat het tijdperk-Orbán na zestien jaar echt voorbij is. “Ik hoop dat dit het begin is van iets beters, maar ik ben ook bang voor wat er mis kan gaan”, zegt een van hen.
“Ik kan het nog steeds niet geloven!”, stuurt een Hongaarse vriendin me the morning after. Als ik haar de avond erop tref bij het Heldenplein ontbreekt op de centrale zuil het metershoge beeld van de aartsengel Gabriël. We grappen dat Orbán al van zijn sokkel gehaald is. Ik hoor ook haar realiteitszin: “Ik ben geen fan van Péter Magyar, maar alles is beter dan wat we nu hebben.”
De posters met mugshots van Magyar en Volodymyr Zelensky, voorzien van de tekst ‘Gevaarlijk!’, zullen snel uit het straatbeeld in Hongarije verdwijnen. Wat er nog meer gaat veranderen, daar durven de vele Tisza-stemmers daags na de verkiezingen nog niet op vooruit te lopen.

De mugshots van Magyar en Zelensky, onderdeel van de Fidesz-campagne, zullen snel uit het straatbeeld verdwijnen.
Nieuwsarchief
Kees van der Staaij: Een scheutje hofnar graag
De hofnar kon in oude tijden dingen doen die anderen niet zomaar konden: op een speelse manier kritiek leveren op de machthebber. Gert Jan ...
Taakstraf binnen muren van gevangenis als geloofwaardig alternatief
Bied de taakstraf voor iets minder lichte misdrijven aan binnen de muren van de gevangenis. De noodzakelijke geloofwaardigheid van deze straf kan zo voor ...
Justitie, en een kleine geschiedenis van het tekort
Komende week stemt de Tweede Kamer opnieuw over een motie die zich verzet tegen vervroegde vrijlating van gedetineerden wegens capaciteitsproblemen binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen ...
Leermeester in onderzoek: het belang van vertrouwen en maatschappelijke relevantie
Van vliegtuigrampen tot treinongevallen, van industriële calamiteiten tot crises in de zorg – onderzoek naar dit soort voorvallen is belangrijk, maar geen exacte wetenschap. ...
De innerlijke nar in het collectief losmaken
Waar is de nar voor het Binnenhof? stelde Gert Jan Verhoog zich afgelopen nazomer de vraag. Eén nar, die dapper en dwarsdenkend de strijd aanbindt ...
Leermeesters: Adem in, adem uit en als je niks voelt, is het ook goed
De eerste keer dat ik Paul Röttger zie is in 2001. Ik ben drieëntwintig jaar oud; net afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten ...
Politieke lessen uit een oceaanoversteek
In de bibliotheek van een klein dorp op Martinique begeleiden vrolijke vogelgeluiden mijn laptop-getik. Ze hebben het naar hun zin in de tropische bomen waar ...
Neem de tijd in 2025
Nu het nieuwe jaar goed en wel op streek is, nemen we in onze rubriek Leermeesters graag een wijze raad mee uit de Achterhoek. Middenin ...
S&V Raadgevers: voor bestuurders
Soms heb je als bestuurder behoefte aan een goed gesprek met een raadgever die begrijpt waar je mee worstelt en die vanuit ervaring met je ...










