Bouw juist nu aan de toekomst van Den Haag als stad van vrede en recht

De presentatie onlangs in Davos van de Raad voor Vrede door de Amerikaanse president Donald J. Trump is een wake-up call voor Den Haag als internationale stad van vrede en recht. Die status is van vitaal belang maar lijkt kwetsbaar. Hoog tijd om onder leiding van burgemeester Jan van Zanen aan de slag te gaan met een hernieuwde zeggingskracht van Den Haag als baken van hoop voor vrede en recht in de wereld.

Wim Deetman ontwierp tijdens diens burgemeesterschap (1996-2007) de strategische agenda van de stad. Zo maakte hij zich er sterk voor dat iedereen veilig kon slapen, van de Schilderswijk tot Huis ten Bosch. Zeker ook in die jaren was Den Haag bepaald geen kabbelende beek. Er waren demonstraties die uit de hand liepen, er was zinloos geweld en ook terreurdreiging.

Deetman, oud-minister van Onderwijs en Wetenschappen (1982-1989), zette ook in op de komst van de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden. Oogmerk was om zo van de Hofstad ook een academiestad te maken, in het bijzonder gekoppeld aan Den Haag als politiek-bestuurlijk centrum van ons land.

Bovendien verbond die zich met een ander strategisch doel dat hij opnam in zijn agenda: de positionering en profilering van Den Haag als ‘internationale stad van vrede en recht’. Dit Bijbelse begrippenpaar stuurt Den Haag op missie in de wereld, en ook in de eigen stad. Zelf voegde Deetman altijd ‘veiligheid’ toe aan vrede en recht, wegens de forse werkgelegenheid die instellingen op dit gebied met zich meebrachten voor mensen op zand en veen.

Voor deze en andere doelen moest het stadsbestuur in zijn woorden ‘op alle bougies vonken’. En dat deed het ook, met sterke colleges en toenemende consensus op en om het stadhuis. Zijn opvolger, Jozias van Aartsen (2008-2017), zette deze strategische agenda met elan voort en legde ook eigen accenten.

Geloofwaardigheid

Of Den Haag als stad van vrede en recht nog steeds furore maakt, is misschien niet zo gemakkelijk te duiden. Hoe dan ook lijkt het onverminderd een sterk merk. Het fundament voor die reputatie ligt bij de Vredesconferenties van Den Haag en het Vredespaleis dat het Permanent Hof van Arbitrage huisvest en het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties (VN). Door ook in te spelen op de komst van beruchte verdachten voor het Joegoslaviëtribunaal rees tijdens Deetmans burgemeesterschap wereldwijd de ster van Den Haag als ‘juridische hoofdstad van de wereld’.

In die zelfde periode (2002) vaardigde de Amerikaanse president George W. Bush de ‘Hague Invasion Act’ uit. Die machtigt de president militaire actie te ondernemen om Amerikanen uit het Internationaal Strafhof in Den Haag te bevrijden. De wet verbiedt medewerking aan dit hof en wil Amerikaanse militairen en politici beschermen tegen strafvervolging voor oorlogsmisdaden. Het was een teken aan de wand.

Intussen bladdert de geloofwaardigheid van de VN als hoeder van de internationale rechtsorde steeds verder af. Door de langjarige veenbrand die de VN aantast, lijkt nu ook het geloof in die mondiale orde zelf te eroderen. En onlangs dus toonde president Trump vanuit Davos de wereld zijn Raad voor Vrede, als potentieel alternatief wellicht voor de VN.

Een NAVO-top in Den Haag kan deze en andere bedreigingen niet verhullen. Op termijn kunnen die ontwikkelingen de legitimatie ondermijnen van instellingen voor vrede en recht in Den Haag, en hiermee ook de ster van de stad doen verbleken. Kort na de Tweede Wereldoorlog vocht Indonesië zich onafhankelijk van Nederland en gold Den Haag als ‘Weduwe van Indië’. De vraag die zich nu opdringt is of de stad van vrede en recht een reus op lemen voeten is en Den Haag het risico loopt straks verweesd achter te blijven.

Zeggingskracht

Die vraag voert naar het inhoudelijke verhaal van de stad. Natuurlijk moet Den Haag steeds in samenwerking met de rijksoverheid goede voorzieningen bieden aan internationale organisaties en hun medewerkers, ook tegenover kapers op de kust. Maar met beheer alleen blijft dit verhaal niet leven. Eerst en vooral gaat het om de vraag voor welke waarden de internationale stad van vrede en recht staat. Wat is de identiteit van de stad? Welke idealen drijven de stad nu, en vanuit welke toekomstdroom?

De urgentie van dit moment dwingt Den Haag te ‘herbronnen’ om haar visie en missie opnieuw onder woorden te brengen, om te investeren in de zeggingskracht van The Hague, en op basis hiervan in de doorontwikkeling van de stad. Die verkeert hiervoor in een luxe positie. Ze kan te rade gaan bij vele grootheden uit een rijk verleden en bij mensen van nu en later. Bewustwording van de kwetsbaarheid van de internationale stad van vrede en recht brengt, eenmaal hiermee aan de slag, nieuwe inzichten en kansen voor Den Haag. Op basis van een hernieuwde ambitie kan de ster van Den Haag zo nog hoger stijgen.

Inmiddels is Jan van Zanen al weer geruime tijd burgemeester. De stad leert hem kennen als mannetjesputter met hart voor Den Haag. De vraag die nu voorligt is Chefsache. Het zou de goede zaak geweldig helpen als hij op korte termijn een gemengde en gezaghebbende groep om zich heen verzamelt die zich hierover buigt: met mensen van de stad en haar bestuur, van internationale organisaties, de rijksoverheid, de wetenschap en ook andere betrokkenen die samen met hem werken aan de toekomst van Den Haag als baken van hoop voor vrede en recht in de wereld.

Gert Jan Verhoog

Nieuwsarchief

Emile Roemer: Af- en aanhaken

22 januari 2026|

De Nederlandse parlementaire democratie piept en kraakt. Het stelsel sluit op papier als een bus, maar wordt in de praktijk langzaam uitgehold. We zijn ...

Je bent zelf een kunstwerk

22 januari 2026|

Afgelopen jaar deed ik als associé van Saam & Verhoog veel redactiewerk voor onder meer de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Zowel visies op betere ...

Femicide en het strafrecht

22 januari 2026|

Het strafrecht is het ongelukkigste deel van het recht. Want het heeft tot dusver niet geweten waarom het recht is, en vergeefs gepoogd te ...

Kerstgroet: Niets zonder passie

18 december 2025|

Na twee Kamerverkiezingen op een rij was er bij de een sprake van grote blijdschap en bij de ander van ontgoocheling. Politici wierpen zich ...