Het is druk in Den Haag.
De verkiezingen voor de nieuwe Tweede Kamer – vermoedelijk in het voorjaar van 2017 – werpen hun schaduwen vooruit. Politieke partijen van allerlei slag en soort bereiden zich voor. Op die van de PvdA na zijn alle lijsttrekkers aangewezen, kandidaten worden geworven, gescreend en gewogen en programcommissies zijn volop aan de slag.
Bijna onzichtbaar mengen lobbyisten zich in die Haagse oploop. Van alle kanten worden politieke partijen bestookt met adviezen, suggesties en verzoeken – om meer geld, om aandacht voor dit of dat.
Van die politieke lobby wordt steeds meer een beroep gemaakt.
Het geldt als een ‘politieke wet’ dat je nu in Den Haag moet zijn. Nu. Eigenlijk ben je al aan de late kant. In deze maanden worden verkiezingsprogramma’s geschreven, zetten partijen hoofdlijnen uit, beginnen kamerleden-van-straks zich warm te lopen en maken ambtenaren de eerste vingeroefeningen voor het regeerprogramma van het nieuwe kabinet.
‘Je doet jezelf te kort’, hoorde ik een paar weken geleden een politicus tegen de directeur van een brancheorganisatie zeggen, ‘als je niet zorgt dat je lijstje voor de zomer op allerlei Haagse bureaus komt te liggen.’
Het is de gewoonste zaak van de wereld geworden. Politieke partijen zijn er al helemaal op ingesteld. Elke programcommissie heeft een eigen email-adres. En sommige houden zelfs al spreekuur, tot op zondagochtend toe.
Dat is anders dan een jaar of wat geleden. Toen gold het al als een reuze stap om bij de start van een kabinetsformatie een brief aan de informateur te schrijven. Maar omdat die tegenwoordig zo veel postzakken krijgt, is het veel effectiever om eerder met de lobby te beginnen.
‘Den Haag’ begint steeds meer op Washington en Brussel te lijken, een broedplaats voor lobbyisten. Het gaat harder dan het op het eerste gezicht misschien lijkt. Dat is voor een belangrijk deel een gevolg van een interessante verschuiving in Den Haag – ruwweg gezegd: van de binnenkamer naar de buitenplaats.
Lobbyen in Den Haag – zo nieuw is het niet… – verliep tot niet zo lang geleden vooral gestructureerd en zelfs geïnstitutionaliseerd. Het was vast, zelfs erkend onderdeel van het ondoorgrondelijke Haagse circuit. Het verliep grotendeels via vaste, reguliere overlegorganen, geïnstitutionaliseerde adviesraden en instellingen als het Landbouwschap. En in de Eerste Kamer zaten openlijk vertegenwoordigers van allerlei belangen, uiteenlopend van vakbonden tot boerenbonden.
Lobby had zich diep in bestuur en politiek genesteld.
Die ‘ring rond Den Haag’ brokkelt af. De SER is niet meer wat ze geweest is, via de Onderwijsraad, de Raad voor Cultuur of de Stichting van de Arbeid worden steeds minder zaken gedaan en de productschappen zijn afgeschaft. En Eerste Kameleden moeten op hun tellen passen.
Dat dwingt bedrijven, instellingen, organisaties en hun belangenorganisaties steeds vaker rechtstreeks en vooral ook confronterender voor hun belangen op te komen. Ook onder druk van nieuwkomers die lak hebben aan die oude structuren en patronen.
Zo kantelt de Haagse scene. Ook omdat het steeds meer gemeengoed wordt. Aandeelhouders, leden of andere stakeholders verwachten niets anders meer dan een actieve belangenbehartiging.
Het is een keerzijde van een medaille die de laatste jaren – ruwweg sinds ‘Fortuyn’ – steeds meer zichtbaar wordt: de verzwakking van de Nederlandse polderdemocratie. De consensuscultuur maakt geleidelijk plaats voor een laten-zien-wat-je-waard-bent-stijl. Het lobbyisme is er een herkenbaar onderdeel van.
Daarom wordt het steeds drukker in de wandelgangen van Den Haag. En daarom gebeurt het steeds openlijker. En steeds eerder.
Jan Schinkelshoek
Den Haag, juli 2016
Nieuwsarchief
Emile Roemer: Af- en aanhaken
De Nederlandse parlementaire democratie piept en kraakt. Het stelsel sluit op papier als een bus, maar wordt in de praktijk langzaam uitgehold. We zijn ...
Je bent zelf een kunstwerk
Afgelopen jaar deed ik als associé van Saam & Verhoog veel redactiewerk voor onder meer de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Zowel visies op betere ...
Erik Gerritsen over zijn leermeesters Joop en Job
Ik herinner het me nog goed. Het moment dat ik mijn oude leidinggevende Joop Pot tegenkwam in het trappenhuis van het Ministerie van Financiën ...
Femicide en het strafrecht
Het strafrecht is het ongelukkigste deel van het recht. Want het heeft tot dusver niet geweten waarom het recht is, en vergeefs gepoogd te ...
Kerstgroet: Niets zonder passie
Na twee Kamerverkiezingen op een rij was er bij de een sprake van grote blijdschap en bij de ander van ontgoocheling. Politici wierpen zich ...
Leermeesters: Met de emotie van een vis in koud water
Een groot deel van mijn loopbaan ben ik werkzaam geweest in het maatschappelijk middenveld. Ik was onder meer twintig jaar jurist bij de koepel ...
Commissie Luchtruimherziening: Puzzel in een kluwen van belangen
Ik heb nooit geweten dat ik van 3D-puzzels hou. Dat was ook niet zo, totdat ik vanuit S&V Kernteam voor commissies gevraagd werd als ...
Leermeesters: De afgeleide vraag waar het inmiddels om gaat
Kent ú een leermeester? Zelf moest ik daar even over nadenken. Er kwam niet meteen iemand bij me op. Dat zou toch mooi zijn, ...
S&V Academie steekt van wal
Hoe inspirerend een leven lang leren kan zijn, realiseerde ik me midden op zee. Het gaf me dan ook een rijk gevoel dat ik ...









